Toeslag voor langdurig werklozen en gepensioneerden

Wat is de toeslag voor werklozen of gepensioneerden ?

De toeslag voor langdurig werklozen en (brug)gepensioneerden(ouderdoms- of overlevingspensioen) is een toeslag waar je recht op hebt als volledig werkloze met een uitkering, deeltijds werkende met een uitkering en (brug)gepensioneerde. De eerste zes maanden heb je recht op de gewone kinderbijslag, maar als je gezinsinkomen een bepaalde grens niet overschrijdt, heb je vanaf de zevende maand recht op een bijkomende toeslag.  De wachttijd van 6 maanden geldt niet voor de gepensioneerden. 

Wie heeft recht op de toeslag?

Als langdurig werkloze of als gepensioneerde heb je recht op de toeslag voor:

  • de kinderen in jouw gezin,
  • de (stief)kinderen die bij hun andere (stief)ouder wonen,
  • de geplaatste kinderen, onder bepaalde voorwaarden.

Je moet rekening houden met een aantal voorwaarden:

  • Als de kinderen deel uitmaken van het gezin van de werkloze of gepensioneerde en die leeft alleen, mag het totale gezinsinkomen niet hoger liggen dan € 2.432,97 bruto per maand.
  • Als de werkloze of gepensioneerde samenwoont met een partner, mogen de inkomsten samen niet hoger liggen dan € 2.512,11 bruto per maand.
  • Als de kinderen deel uitmaken van het gezin van de andere ouder dan de werkloze of gepensioneerde mag deze ouder geen gezin vormen en mag het inkomen niet hoger liggen dan € 2.432,97 bruto per maand. Het inkomen van de werkloze of gepensioneerde telt dan niet mee.
  • Als de kinderen bij de andere ouder wonen, dan vervalt het recht op de sociale toeslag van zodra er een partner of andere persoon die geen familie is tot en met de derde graad in het gezin komt wonen.

Wanneer ontvang je de toeslag?

De toeslag wordt toegekend vanaf de zevende maand van de werkloosheid. Let op, de kinderbijslag wordt telkens maar de maand nadien uitbetaald. De wachttijd geldt niet voor pensioenen (ouderdoms- of overlevingspensioen).

Als je voor een bepaalde maand recht hebt op de toeslag, blijft dat recht bestaan voor de rest van het kwartaal en voor het volgende kwartaal.

Als je opnieuw gaat werken kan je het recht op de toeslag nog voor maximaal 8 kwartalen behouden, als je gezinsinkomen lager is dan het grensbedrag om een toeslag te ontvangen.

Als je na de werkloosheid opnieuw gaat werken en binnen de zes maanden opnieuw werkloos of ziek wordt, dan heb je dadelijk recht op de sociale toeslag als die voorheen ook werd uitbetaald.

Hoe vraag je de toeslag aan?

Voor een voorlopige toekenning van de toeslag, gebruik je het formulier S.

De toeslag wordt voorlopig toegekend op basis van het maandelijks bruto-inkomen: dat inkomen vind je op je loonfiche.

  • Als je alleen leeft met de kinderen en je bruto-inkomen is hoger dan het grensbedrag € 2.432,97 bruto per maand, dan kom je voorlopig niet in aanmerking voor de toeslag.
  • Als je samenwoont met een partner en je bruto-inkomen is hoger dan het grensbedrag € 2.512,11 bruto per maand, dan kom je voorlopig niet in aanmerking voor de toeslag.

Is het lager, dan kan je een aanvraag indienen met formulier S .

Welke inkomsten moet je wel vermelden op het formulier?

  • uitkeringen voor werkloosheid of na faillissement, uitkeringen voor ziekte en voor bevallingsrust, uitkeringen voor arbeidsongevallen en voor beroepsziekten, (brug)pensioenen en groepsverzekeringen
  • lonen (ook dienstencheques)
  • PWA-cheques
  • vakantiegeld
  • netto-inkomsten als zelfstandige (netto belastbaar inkomen x 100/80)
  • opvanguitkeringen voor onthaalouders betaald door de RVA.

Voor vrijwilligerswerk geldt een speciale regeling. Uw kinderbijslagfonds kan u daarover meer informatie geven. 

Welke inkomsten moet je niet vermelden op het formulier?

  • kinderbijslag
  • alimentatie
  • leefloon
  • maaltijd- en ecocheques
  • tegemoetkomingen voor hulp van derden, hulp aan bejaarden, integratietegemoetkomingen voor gehandicapten, tegemoetkomingen van de Vlaamse zorgverzekering
  • onkostenvergoedingen voor onthaalouders betaald door Kind en Gezin
  • forfaitaire vergoedingen voor de voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen
  • achterstallen die betrekking hebben op een vorig jaar
  • verbrekingsvergoedingen en vervroegd vakantiegeld

Wijzigt er iets aan je gezinssituatie of je inkomen? Laat dat dan zeker weten aan je kinderbijslagfonds.

Ontvang je de toeslag voor werklozen of gepensioneerden niet en denk je dat je er recht op hebt? Contacteer dan zeker je kinderbijslagfonds.

Hoeveel bedraagt de toeslag?

De toeslag voor werklozen en gepensioneerden bedraagt:

Kind Bedrag
Eerste kind € 47,81
Tweede kind € 29,64
Derde en volgende kind € 5,20

Als de ouder die het kind opvoedt ook in aanmerking komt voor de eenoudertoeslag, verschilt enkel het bedrag voor het derde en volgende kind. Voor dat kind bedraagt de toeslag € 23,90

De leeftijdsbijslag voor het oudste kind wordt bij gezinnen die recht hebben op een sociale toeslag niet gehalveerd of geblokkeerd.

Voorbeeld

  1. Lies en Pedro hebben samen twee kinderen. Pedro wordt werkloos op 5 februari en ontvangt een werkloosheidsuitkering. Op 5 augustus bereikt Pedro zijn zevende maand werkloosheid. Het gezinsinkomen bedraagt in totaal € 1.936. Vanaf september (betaling in oktober) heeft het gezin recht op de bijkomende toeslag voor werklozen.
  2. Maarten en Emma leven gescheiden en hebben drie kinderen die bij Emma wonen. Maarten is langdurig werkloos. Emma heeft een partner Steven, en komt dus niet in aanmerking voor een sociale toeslag. Op 7 juni verlaat Steven het gezin. Emma heeft een inkomen van € 2.010 bruto per maand en heeft dus recht op een toeslag vanaf juli. Als alleenstaande ouder heeft ze voor haar derde kindje ook recht op de eenoudertoeslag.